ECLI:NL:RBDHA:2025:24727
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het beroep tegen de afwijzing van een asielaanvraag en de vraag naar procesbelang
In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, wordt het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag beoordeeld. Eiser had op 3 januari 2024 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag op 3 maart 2025 afgewezen als ongegrond. De rechtbank heeft het beroep op 29 september 2025 behandeld, waarbij de gemachtigde van de minister aanwezig was, maar de gemachtigde van eiser zich had afgemeld en eiser zelf niet aanwezig was.
De rechtbank heeft zich ambtshalve de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij zijn beroep. Uit informatie van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) en de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) blijkt dat eiser met onbekende bestemming (MOB) is vertrokken. De rechtbank concludeert dat eiser niet langer bescherming in Nederland zoekt, omdat hij zich niet meer bij de minister heeft gemeld. Hierdoor heeft eiser geen belang bij een beoordeling van het hoger beroep.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk, wat betekent dat de zaak niet inhoudelijk wordt beoordeeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Deze uitspraak is openbaar uitgesproken op 29 september 2025 door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Valk, griffier. Het proces-verbaal is bekendgemaakt op 8 oktober 2025.