ECLI:NL:RBDHA:2025:24949
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- L.M. Nieuwenhuijs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning ouder wegens actuele bedreiging openbare orde ondanks gezinsleven
Eiser, een man uit Eritrea, heeft een verblijfsdocument aangevraagd als ouder van zijn Nederlandse minderjarige kinderen, gebaseerd op het Unierecht. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen omdat in een eerdere asielprocedure is vastgesteld dat eiser is uitgesloten van de vluchtelingenstatus op grond van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag vanwege betrokkenheid bij ernstige misdrijven tegen de menselijkheid.
Hoewel eiser niet kan worden uitgezet vanwege het risico op onmenselijke behandeling (artikel 3 EVRM Pro), oordeelt verweerder dat zijn persoonlijk gedrag nog steeds een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging vormt voor de openbare orde. De rechtbank bevestigt dat verweerder deze afwijzing mocht baseren op een zorgvuldige belangenafweging waarbij het algemeen belang zwaarder weegt dan het recht op gezinsleven (artikel 8 EVRM Pro).
De rechtbank overweegt uitgebreid dat het verblijfsrecht van de ouder niet absoluut is en kan worden beperkt bij ernstige bedreigingen. De eerdere vaststelling van artikel 1(F) blijft van kracht, mede vanwege het ontbreken van berouw of afstand van het verleden door eiser. De belangenafweging is zorgvuldig gemaakt en de afwijzing is niet onevenredig. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de weigering van de verblijfsvergunning wegens actuele bedreiging van de openbare orde.