ECLI:NL:RBDHA:2025:24957
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, diende op 24 juli 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze niet in behandeling omdat Spanje verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening, aangezien eiser illegaal via Spanje de EU was binnengekomen. Eiser betoogde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Spanje niet toepasbaar was vanwege structurele tekortkomingen in de Spaanse asielprocedure, ondersteund door AIDA-rapporten en een lopende inbreukprocedure tegen Spanje.
De rechtbank oordeelde echter dat de tekortkomingen niet de hoge drempel van zwaarwegendheid bereiken en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel daarom terecht werd toegepast. Ook het argument dat eiser geen toegang had tot rechtsbijstand in Spanje werd verworpen, mede omdat het dossier geen bewijs bevatte dat hij daar geen asielaanvraag had ingediend en het AIDA-rapport toegang tot rechtsbijstand bevestigt.
Verder stelde eiser dat verweerder de bijzondere omstandigheden van zijn situatie niet had meegewogen op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. De rechtbank stelde dat deze omstandigheden onvoldoende waren onderbouwd met medische of andere documenten om onevenredige hardheid aan te nemen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wees het verzoek om een voorlopige voorziening af en veroordeelde verweerder tot betaling van proceskosten aan eiser. Er werd een motiveringsgebrek vastgesteld in het bestreden besluit, maar dit werd gepasseerd met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.