ECLI:NL:RBDHA:2025:25143
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen niet tijdig besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf
Eiseres heeft op 18 september 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De rechtbank heeft bij uitspraak van 18 november 2024 het beroep gegrond verklaard en de minister opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met een eventuele verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Ondanks deze uitspraak heeft de minister geen besluit genomen, waarop eisers op 10 april 2025 opnieuw beroep instelden. De rechtbank verklaart dit tweede beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond, en legt een nieuwe beslistermijn van twee weken op. Tevens wordt een dwangsom van € 200 per dag met een maximum van € 15.000 opgelegd vanwege de overschrijding.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten van € 453,50 en in de vergoeding van het griffierecht van € 194. De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro en benadrukt dat eerdere dwangsommen onvoldoende prikkel waren voor tijdig besluitnemen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de minister op binnen twee weken een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom.