ECLI:NL:RBDHA:2024:19141
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De minister van Asiel en Migratie heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, een besluit genomen. Eiseres stelde de minister rechtsgeldig in gebreke en diende tijdig beroep in.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat het bestuursorgaan niet binnen de termijn heeft beslist. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht legt de rechtbank een termijn van acht weken op waarbinnen een besluit moet worden genomen, met een mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd.
De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van de verbeurde dwangsommen van €1.442, de proceskosten van €437,50 en het griffierecht van €187. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met oplegging van dwangsommen en veroordeling in proceskosten.