ECLI:NL:RBDHA:2025:25398
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De rechtbank had eerder op 11 oktober 2024 het eerste beroep gegrond verklaard en verweerder opgedragen binnen een termijn een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.
Ondanks deze uitspraak heeft verweerder geen besluit genomen, waarna eisers opnieuw beroep instelden op 24 februari 2025. De rechtbank verklaart dit beroep ontvankelijk en gegrond, omdat de wettelijke beslistermijn wederom is overschreden.
De rechtbank draagt verweerder op binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen en legt een dwangsom van € 200 per dag op, met een maximum van € 15.000. Tevens worden de proceskosten ten laste van verweerder vastgesteld op € 453,50.
De rechtbank wijst het verzoek om griffierechtvrijstelling toe wegens betalingsonmacht. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp en griffier R. de Mul en is openbaar gemaakt op 23 december 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twee weken een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.