ECLI:NL:RBDHA:2025:25405
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Kameroense ADF-lid wegens ontbreken gegronde vrees vervolging
Eiser, afkomstig uit de provincie South-West in Kameroen en lid van de Ambazonian Defence Forces (ADF), verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Hij vreesde vervolging vanwege zijn politieke overtuiging en activiteiten voor de ADF, mede ingegeven door de dood van zijn vader in 2017 door politieke activiteiten. De minister wees de aanvraag af, stellende dat hoewel de politieke overtuiging geloofwaardig is, de politieke activiteiten niet aannemelijk zijn en er een binnenlands beschermingsalternatief bestaat.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht aan de door eiser overgelegde documenten, zoals een arrestatiebevel, een lijst met gezochte personen en een lidmaatschapskaart van de ADF, onvoldoende waarde toekent vanwege tegenstrijdige en ongerijmde verklaringen van eiser. Ook werd vastgesteld dat eiser onvoldoende concreet kon aangeven welke politieke activiteiten hij bij terugkeer zou verrichten.
De rechtbank bevestigde dat het binnenlands beschermingsalternatief in Kameroen geldig is en dat er geen sprake is van een individuele vrees voor vervolging of ernstige schade. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen wegens onvoldoende aannemelijke individuele vrees voor vervolging.