Eiser diende op 10 september 2022 een asielaanvraag in die aanvankelijk buiten behandeling werd gesteld omdat Frankrijk verantwoordelijk was. Door het niet tijdig overdragen van eiser aan Frankrijk werd Nederland op 25 juli 2023 verantwoordelijk voor de aanvraag. De minister heeft niet binnen de wettelijke termijn van 15 maanden beslist, ondanks een geldige ingebrekestelling.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en dat de minister alsnog binnen acht weken een besluit moet nemen, conform het 8+8-wekenmodel uit jurisprudentie. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd voor elke dag dat de minister de termijn overschrijdt.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €453,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 20 februari 2025 door rechter A.G.D. Overmars.