ECLI:NL:RBDHA:2025:25423
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
Eiser heeft op 21 juni 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De rechtbank heeft op 30 september 2024 dit beroep gegrond verklaard en verweerder opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Ondanks deze termijn heeft verweerder geen besluit genomen, waarop eiser op 19 maart 2025 opnieuw beroep instelde wegens het uitblijven van een besluit. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is, en bepaalt dat verweerder binnen twee weken na bekendmaking van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 200 per dag op, met een maximum van € 15.000, wegens de overschrijding van deze termijn. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser en dient het betaalde griffierecht te worden vergoed. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 23 december 2025.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen twee weken een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom.