Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. S. Faddach).
Procesverloop
Overwegingen
Ambtshalve toetsing
Conclusie
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De minister van Asiel en Migratie legde op 11 december 2025 een maatregel van bewaring op aan eiser, een Poolse vreemdeling, vanwege risico op onttrekking aan toezicht en het ontbreken van rechtmatig verblijf. Eiser betwistte alle aan de maatregel ten grondslag gelegde zware en lichte gronden, maar de rechtbank oordeelde dat de gronden feitelijk juist en voldoende gemotiveerd waren.
De rechtbank constateerde dat eiser na uitzetting op 5 december 2025 op 11 december 2025 weer in Nederland was aangetroffen zonder zijn verblijf daadwerkelijk te beëindigen. Bovendien beschikte hij niet over een vaste woon- of verblijfplaats en voldoende middelen van bestaan, waardoor het risico op onttrekking aan toezicht bestond.
Eiser voerde aan dat de minister een lichter middel had moeten toepassen, mede gezien zijn korte verblijf om spullen op te halen en zijn psycho-emotionele toestand. De rechtbank vond de minister echter voldoende gemotiveerd waarom een lichter middel niet toereikend was.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig was en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens wees zij het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.