In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, gedaan op 29 december 2025, gaat het om een beroep dat eiseres heeft ingediend tegen de minister van Asiel en Migratie. Eiseres stelde dat de minister niet tijdig had beslist op haar asielaanvraag, ingediend op 30 december 2024. De rechtbank heeft de zaak zonder zitting beoordeeld en vastgesteld dat de beslistermijn om op de aanvraag te beslissen was verstreken. Eiseres had de minister na het verstrijken van de termijn verzocht om alsnog binnen twee weken te beslissen, maar de minister heeft hier niet op gereageerd. Hierdoor is het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond verklaard. De rechtbank heeft de minister opgedragen om alsnog een besluit te nemen op de aanvraag, met inachtneming van het ‘8+8 wekenmodel’, wat betekent dat de minister binnen zestien weken na de uitspraak een besluit moet nemen. Indien de minister deze termijn overschrijdt, is hij een dwangsom van € 100,- per dag verschuldigd, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast is de minister veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 453,50.