Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister op zijn asielaanvraag van 1 september 2023. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister niet binnen de door eiser gestelde termijn heeft beslist.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Gelet op de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waaronder het '8+8 wekenmodel', bepaalt de rechtbank dat in gevallen waarin de bovengrens van 21 maanden is overschreden een kortere beslistermijn passend is. De minister krijgt daarom acht weken om alsnog een besluit te nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt de minister veroordeeld in de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 453,50.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. De minister wordt opgedragen binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen, onder dreiging van de opgelegde dwangsom.