ECLI:NL:RBDHA:2025:25550
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen verlenging maatregel van bewaring vreemdeling wegens onvoldoende medewerking en zicht op uitzetting
De vreemdeling, met de Algerijnse nationaliteit, werd op 19 juni 2025 in bewaring gesteld en deze maatregel werd op 15 december 2025 verlengd. De rechtbank toetste het verlengingsbesluit en het voortduren van de bewaring. De maatregel is gebaseerd op het risico dat de vreemdeling zich aan toezicht onttrekt en onvoldoende meewerkt aan zijn uitzetting.
De vreemdeling heeft geen originele documenten overlegd ter bevestiging van zijn identiteit en nationaliteit en heeft wisselende verklaringen gegeven over zijn afkomst. De Tunesische autoriteiten bevestigden dat hij geen Tunesische nationaliteit bezit, waardoor de uitzetting zich richt op Algerije. Er is volgens de rechtbank voldoende zicht op uitzetting naar Algerije en de vreemdeling heeft onvoldoende inspanningen verricht om de afgifte van een laissez-passer te bespoedigen.
De rechtbank oordeelt dat de belangenafweging in het nadeel van de vreemdeling uitvalt en dat de maatregel niet onevenredig bezwarend is, ondanks zijn honger- en dorststaking en verblijf in de Observatie- en Behandelingslocatie (OBS). Het beroep en het verzoek om schadevergoeding worden afgewezen en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlenging van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.