Eiser, een vreemdeling met de Algerijnse nationaliteit, maakt bezwaar tegen het voortduren van een maatregel van bewaring die op 19 juni 2025 is opgelegd. Hij stelt dat er geen zicht is op uitzetting naar Algerije of Tunesië binnen een redelijke termijn. De rechtbank toetst de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel vanaf 10 september 2025, na een eerdere uitspraak.
De rechtbank overweegt dat er voor beide landen in het algemeen zicht op uitzetting bestaat en dat eiser geen concrete aanwijzingen heeft geleverd die dit voor zijn situatie tegenspreken. De stellingen van eiser over het ontbreken van laissez-passer door Algerijnse autoriteiten en het lp-traject voor Tunesië zijn onvoldoende onderbouwd. Tevens wijst de rechtbank op de medewerkingsplicht van eiser, die niet is nagekomen.
Gelet op deze omstandigheden is het voortduren van de maatregel rechtmatig. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Eiser krijgt ook geen proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.