Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser],
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Zitting hebben:
Procesverloop
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser is op 27 november 2025 in bewaring gesteld om de overdracht aan Oostenrijk te verzekeren op grond van de Dublinverordening. Verweerder heeft de rechtbank tijdig van de bewaring in kennis gesteld, wat gelijkstaat aan een beroep van eiser. De gemachtigde van eiser trok het beroep op 22 december 2025 in, waarna de rechtbank de zaak aanvankelijk ten onrechte sloot.
De rechtbank stelt dat zij verplicht is om ambtshalve de rechtmatigheid van de maatregel te beoordelen, ook als eiser geen beroep instelt of de maatregel rechtmatig acht. Dit omvat een toetsing aan artikel 4 van Pro het EU-Handvest, het absolute verbod op onmenselijke of vernederende behandeling (refoulementverbod). De rechtbank overweegt dat deze beoordeling niet alleen hoeft te gebeuren als eiser hier een direct beroep op doet.
De rechtbank concludeert dat het overdrachtsbesluit kan worden uitgevoerd zonder dat sprake is van een 4-Handvest risico. Er zijn geen aanwijzingen dat eiser door of na overdracht aan Oostenrijk in een onmenselijke situatie terechtkomt. De maatregel is rechtmatig opgelegd en voortgezet tot sluiting van het onderzoek. Het beroep en verzoek om schadevergoeding worden ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.