De minister heeft op 29 oktober 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser, die hiertegen beroep instelde vanwege het voortduren van de bewaring zonder zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn. Eiser betoogde dat de minister onvoldoende voortvarend handelde, dat er sprake was van persoonsverwisseling in vertrekgesprekken en dat zijn medische problematiek niet serieus werd genomen.
De rechtbank toetste of de maatregel sinds 7 november 2025 rechtmatig was, na eerdere toetsing. De rechtbank oordeelde dat het vertrekgesprek van 29 oktober buiten de beoordelingsruimte viel, maar dat latere gesprekken bevestigden dat de inhoud correct was en geen persoonsverwisseling had plaatsgevonden. De minister werkt volgens de rechtbank voldoende voortvarend aan uitzetting naar Algerije, met meerdere rappelleringen bij de autoriteiten en vertrekgesprekken.
De rechtbank stelde vast dat eiser geen aantoonbare schade had geleden door onzorgvuldigheid en dat de medische klachten niet voldoende waren onderbouwd. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.