Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de Minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. A. Hadfy-Kovacs).
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
- identiteit, nationaliteit en herkomst;
- homoseksuele geaardheid en de in verband daarmee ondervonden problemen.
“I am bisexual”. De rechtbank verwijst naar de uitspraak van 20 oktober 2020 van de Afdeling (ECLI:NL:RVS:2020:2459). Daaruit blijkt dat de enkele omstandigheid dat verklaringen door de vreemdeling zijn afgelegd voorafgaand aan of tijdens de rust- en voorbereidingstijd, niet maakt dat deze informatie niet mag worden betrokken. Relevant is of de vreemdeling de verklaring uit eigen beweging naar voren heeft gebracht. De rechtbank volgt eiser niet in zijn stelling dat daarvan geen sprake is, omdat eiser de e-mail zou hebben gestuurd in reactie op een brief van de minister gericht aan zogenoemde ‘derdelanders uit Oekraïne’, waarin is gevraagd om het asielmotief kort aan te geven. Uit de dossierstukken blijkt namelijk dat de minister een dergelijke brief weliswaar aan eiser heeft verstuurd, maar deze brief dateert van 27 mei 2023. Uit de e-mail van eiser, die van daarvoor dateert, blijkt dat hij in zijn e-mail reageert op de brief van de minister van 24 november 2022, waarin wordt aangekondigd dat de tijdelijke bescherming eindigt op 4 maart 2023. In laatstgenoemde brief is eiser niet gevraagd naar zijn asielmotief. De beroepsgrond van eiser dat de e-mail van 6 december 2022 in zijn geheel niet bij de beoordeling mag worden betrokken, slaagt dus niet. De minister mag dit als één van de relevante aspecten meewegen bij de geloofwaardigheidsbeoordeling. Naar het oordeel van de rechtbank is de conclusie van de minister onjuist dat eiser
tegenstrijdigheeft verklaard over zijn seksuele geaardheid. Eiser heeft in zijn e-mail weliswaar vermeld biseksueel te zijn, maar hij heeft desgevraagd in het nader gehoor een toelichting gegeven die in wezen neerkomt op dat hij niet precies op de hoogte was van de semantiek. Hij veronderstelde dat biseksualiteit inhield dat iemand met mannen en vrouwen omgaat, maar enkel intiem wil zijn met mannen. De minister mocht dat naar het oordeel van de rechtbank wel als ‘bevreemdend’ betrekken bij zijn verdere beoordeling van de geloofwaardigheid, aangezien de minister er terecht op wijst dat eiser ook heeft verklaard dat hij vanaf zijn zestiende via sociale media meer te weten kwam over homoseksualiteit en wat dit inhield. Voor zover eiser heeft willen aanvoeren dat hij een goede verklaring heeft gegeven voor het gebruik van het woord ‘biseksueel’ in de e-mail en dat de minister dit in het geheel niet in zijn nadeel mag betrekken in de geloofwaardigheidsbeoordeling, slaagt deze beroepsgrond dus niet.