ECLI:NL:RBDHA:2025:25606
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vervolgberoep inzake voortduren van de maatregel van bewaring en verzoek om schadevergoeding in het bestuursrecht
In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 31 december 2025 uitspraak gedaan in een vervolgberoep van eiser tegen de maatregel van bewaring die door de minister van Asiel en Migratie was opgelegd. Eiser, geboren in 2006 en van Libische nationaliteit, was sinds 17 november 2025 in vreemdelingenbewaring met het oog op zijn uitzetting naar Libië. Eiser stelde dat er geen zicht was op uitzetting binnen een redelijke termijn, omdat hij geen documenten had en de Libische autoriteiten geen laissez-passer zouden verstrekken. Hij voerde aan dat de voortduren van de maatregel niet meer gericht was op uitzetting en dat de wijze van tenuitvoerlegging onrechtmatig was, gezien de aanzienlijke beperkingen in het detentiecentrum.
De rechtbank heeft overwogen dat de maatregel van bewaring eerder was getoetst en rechtmatig was bevonden tot het sluiten van het onderzoek. De rechtbank concludeerde dat er in het algemeen zicht op uitzetting naar Libië bestaat, ondanks de ongedocumenteerde status van eiser. De rechtbank oordeelde dat de minister voldoende voortvarend handelde door regelmatig contact te onderhouden met de Libische autoriteiten en dat er geen aanleiding was om te twijfelen aan de rechtmatigheid van de maatregel van bewaring. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.