ECLI:NL:RBDHA:2025:25606
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen voortduren maatregel vreemdelingenbewaring met oog op uitzetting
Eiser, een Libische nationaliteit dragende vreemdeling, is sinds 17 november 2025 in bewaring gesteld met het oog op uitzetting naar Libië. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het beroep op 30 december 2025 gesloten.
De rechtbank overweegt dat de maatregel tot het moment van het sluiten van het onderzoek rechtmatig was en dat de beoordeling zich richt op het voortduren van de bewaring sinds 26 november 2025. Eiser stelde dat er geen zicht is op uitzetting binnen redelijke termijn vanwege het ontbreken van documenten en onvoldoende voortvarendheid van verweerder. Ook stelde hij dat de tenuitvoerlegging onrechtmatig is vanwege het strikte bewaringsregime.
De rechtbank volgt deze stellingen niet. Er is nog steeds zicht op uitzetting binnen redelijke termijn, mede omdat er een lp-aanvraag is ingediend en vertrekgesprekken worden gevoerd. Verweerder handelt voortvarend door periodiek rappellen bij de Libische autoriteiten. De wijze van tenuitvoerlegging in het Detentiecentrum Rotterdam is niet onrechtmatig bevonden. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.