ECLI:NL:RBDHA:2025:25757
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging projectvergunning dierproef wegens onvoldoende motivering cumulatief ongerief
De rechtbank Den Haag heeft op 22 december 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak over de verlening van een projectvergunning voor een dierproef op grond van de Wet op de dierproeven (Wod). In een eerdere tussenuitspraak was al vastgesteld dat de motivering van het bestreden besluit gebrekkig was, met name wat betreft de afweging van het cumulatief ongerief van de proefdieren.
Verweerder heeft een aanvullende motivering ingediend, waarin werd verwezen naar eerdere vergelijkbare onderzoeken en een advies van de Dierexperimentencommissie. De rechtbank oordeelt echter dat deze aanvullende motivering onvoldoende inzicht geeft in de wijze waarop de conclusie over het cumulatief ongerief is getrokken. De onderbouwing steunt vooral op het huidige onderzoeksproject en niet op voldoende vergelijkbare eerdere onderzoeken.
Daarom wordt het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. De rechtbank ziet geen aanleiding om zelf in de zaak te voorzien of een tweede bestuurlijke lus toe te passen. Verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak en de eerdere tussenuitspraak.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het door eiseres betaalde griffierecht en de proceskosten, berekend op €2.267,50. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van het cumulatief ongerief en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.