ECLI:NL:RBDHA:2025:2578
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij een referent. De minister van Asiel en Migratie heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en kennelijk gegrond is, omdat de beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, is overschreden zonder dat een besluit is genomen.
De rechtbank stelt vast dat verweerder binnen acht weken na verzending van deze uitspraak een besluit moet nemen, tenzij nader onderzoek wordt aangekondigd, waarna de termijn twintig weken bedraagt. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van € 100 per dag met een maximum van € 15.000 voor het overschrijden van deze termijn. Verweerder is veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van € 1.442, proceskosten van € 453,50 en vergoeding van het griffierecht van € 187.
De uitspraak is gebaseerd op bepalingen uit de Algemene wet bestuursrecht en de Vreemdelingenwet 2000, en sluit aan bij eerdere jurisprudentie van deze rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De rechtbank benadrukt de bijzondere omstandigheden rond aanvragen tot gezinshereniging bij houders van asielvergunningen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen onder dreiging van een dwangsom.