Beoordeling door de rechtbank
4. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen.
5. De minister moet binnen 90 dagen na ontvangst van een aanvraag om verlening van een mvv beslissen. Hij kan deze termijn verlengen met ten hoogste drie maanden. Dat staat in artikel 2u, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.De minister heeft van deze mogelijkheid in dit geval gebruik gemaakt.
6. De rechtbank stelt vast dat de termijn waarbinnen de minister op de aanvraag moest beslissen voorbij is. Eisers hebben de minister op 17 augustus 2025 in gebreke gesteld.
7. De minister stelt zich in zijn verweerschrift op het standpunt dat de ingebrekestelling van 17 augustus 2025 op onjuiste wijze is ingediend. De minister heeft de elektronische weg voor het indienen van een ingebrekestelling opengesteld maar heeft hieraan nadere eisen gesteld. De minister heeft bij brief van 20 augustus 2025 eisers erop gewezen dat een ingebrekestelling per post of via ‘veilig mailen’ op ind.nl moet worden ingediend. Er is tevens vermeld dat een ingebrekestelling die via een andere weg is ingediend niet geldig is en dat deze niet in behandeling wordt genomen. Hierbij heeft de minister verwezen naar de website-link voor de procedure voor het juist indienen van een ingebrekestelling. Volgens de minister hebben eisers deze procedure niet gevolgd. Hierdoor is de ingebrekestelling bij het verkeerde e-mailadres terecht gekomen, namelijk bij uw.stukken.opsturen@ind.nl. Indien eisers de juiste procedure hadden gevolgd, dan zou de ingebrekestelling bij het juiste e-mailadres terecht zijn gekomen, namelijk bij ingebrekestelling@ind.nl. Eisers hebben de ingebrekestelling niet nogmaals ingediend per post of via ‘veilig mailen’ op de voorgeschreven wijze. De minister stelt zich daarom op het standpunt dat er geen geldige ingebrekestelling is ontvangen waardoor het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
8. Op grond van artikel 2:15, eerste lid, van de Awb kan een bericht elektronisch naar een bestuursorgaan worden verzonden voor zover het bestuursorgaan kenbaar heeft gemaakt dat deze weg is geopend. Het bestuursorgaan kan nadere eisen stellen aan het gebruik van de elektronische weg. Op grond van het tweede artikellid kan een bestuursorgaan elektronisch verschafte gegevens en bescheiden weigeren voor zover de aanvaarding daarvan tot een onevenredige belasting voor het bestuursorgaan zou leiden.
9. De rechtbank is van oordeel dat wanneer het bestuursorgaan nadere eisen wil stellen aan de wijze van het indienen van een ingebrekestelling, hij bij de weigering van de ingebrekestelling wegens het niet voldoen aan die eisen, duidelijk moet maken waaraan de indiener dan wel moet voldoen om de indiener de mogelijkheid te bieden het geconstateerde verzuim te herstellen. De rechtbank is van oordeel dat de minister hieraan niet heeft voldaan en legt dat als volgt uit.
10. De rechtbank stelt voorop dat de minister in dit geval de ontvangst van de ingebrekestelling met de brief van 17 augustus 2025 heeft bevestigd. Daarin schrijft de minister vervolgens:
“
Een ingebrekestelling moet worden ingediend per post of via ‘veilig mailen’ op ind.nl.Hebt u dit via een andere weg gedaan? Dan is deze niet geldig en neemt de IND hem niet in behandeling.
U kunt de procedure voor het juist indienen van een IGS vinden op ind.nl/beslissing-te-laat.”
11. Voor zover deze ontvangstbevestiging al als een weigering in de zin van artikel 2:15, tweede lid, van de Awb had moeten worden opgevat, dan is deze onvoldoende duidelijk. Wanneer wordt gezocht op ‘veilig mailen’ op www.ind.nl, zoals in de dikgedrukte kop in de ontvangstbevestigingsbrief staat vermeld, wordt namelijk de link, https://ind.nl/nl/veilig-mailen gevonden waarmee eisers hun ingebrekestelling hebben ingediend via het e-mailadres
uw.stukken.opsturen@ind.nl.
Via de link https://ind.nl/beslissing-te-laat, zoals staat vermeld in de brief van 20 augustus 2025, komt men op een pagina waarop onder meer staat:
12. Voor zover de minister heeft bedoeld dat eisers uitsluitend via de knop “Start veilig mailen >” op de pagina https://ind.nl/beslissing-te-laat de ingebrekestelling mogen indienen dat via het e-mailadres
ingebrekestelling@ind.nlverloopt, ligt het op de weg van de minister om de in zijn ogen verkeerd ingediende ingebrekestelling onomwonden te weigeren met duidelijke instructies voor de juiste wijze van indiening. Dit heeft de minister naar het oordeel van de rechtbank niet gedaan gelet op wat zij onder 11 heeft overwogen.
13. De rechtbank is daarom van oordeel dat de ingebrekestelling van 17 augustus 2025 op een rechtsgeldige wijze is ingediend. De rechtbank stelt vervolgens vast dat er meer dan twee weken later beroep is ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister. Het beroep is daarom kennelijk gegrond.
14. Omdat de minister nog geen besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat de
minister dit alsnog moet doen. Voor de beslistermijn hanteert de rechtbank, met inachtneming van artikel 8:55d, derde lid, van de Awb, als uitgangspunt de getrapte beslistermijnen die volgen uit de uitspraken van de Afdeling van 3 juli 2024en 21 mei 2025over nareiszaken. De inhoud van deze uitspraken dient hier als herhaald en ingelast te worden gelezen. In dat wat in beroep is aangevoerd ziet de rechtbank geen individuele omstandigheden om in dit geval van deze getrapte beslistermijnen af te wijken. Ook in de inhoud van het verweerschrift ziet de rechtbank geen aanleiding om van deze termijnen af te wijken. De rechtbank verbindt aan deze opdracht een (rechterlijke) dwangsom als hieronder in de beslissing vermeld en gemaximeerd.
15. Eisers hebben verzocht om de bestuurlijke dwangsom vast te stellen. Met de inwerkingtreding van de Wet herziening regels niet tijdig beslissen in vreemdelingenzakenis de bestuurlijke dwangsom afgeschaft voor de zaken waarin de ingebrekestelling op of na 15 april 2025 is ingediend. Nu de ingebrekestelling na 15 april 2025 is ingediend, hoeft de minister geen bestuurlijke dwangsom aan eisers te betalen.
16. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, moet de minister het betaalde griffierecht vergoeden.
17. Omdat het beroep gegrond is, moet de minister ook een vergoeding voor de gemaakte proceskosten betalen. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 1 punt op (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van
€ 907,–) bij een wegingsfactor 0,5. Toegekend wordt € 453,50.