ECLI:NL:RBDHA:2025:26150
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming en oplegging terugkeerbesluit aan vreemdeling zonder onderbouwde medische gronden
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling die tijdelijk bescherming genoot op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming vanwege verblijf in Oekraïne, kreeg op 16 juli 2025 een terugkeerbesluit opgelegd omdat zijn verblijfsrecht was beëindigd per 4 maart 2024. Hij stelde dat de tijdelijke bescherming verlengd was tot 5 maart 2025 en dat medische omstandigheden terugkeer onmogelijk maakten.
De rechtbank oordeelde dat de beëindiging van de facultatieve tijdelijke bescherming rechtmatig was, conform eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en het arrest Kaduna en Abkez van het Hof van Justitie van de EU. Eiser had geen rechtmatig verblijf meer op het moment van het besluit.
Daarnaast heeft eiser zijn medische omstandigheden niet voldoende onderbouwd om het terugkeerbesluit te weerleggen. De rechtbank vond ook geen aanwijzingen dat terugkeer naar Marokko een schending van artikel 3 EVRM Pro zou opleveren.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 907,-.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.