ECLI:NL:RBDHA:2025:26233

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
9 januari 2026
Zaaknummer
NL25.50957 en NL25.50958
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30b Vreemdelingenwet 2000Art. 31 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige leeftijd en herkomst Somalië

Eiseres, een Somalische vrouw, vroeg asiel aan uit vrees voor een gedwongen huwelijk, problemen met haar stiefmoeder, discriminatie en vervolging. Verweerder betwijfelde haar minderjarigheid en herkomst en stelde dat zij meerderjarig is op basis van registratie in Griekenland en een taalanalyse.

De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van de leeftijdsregistratie in Griekenland, omdat eiseres geen plausibele verklaring gaf voor de afwijkende geboortedatum. Ook achtte de rechtbank de herkomst ongeloofwaardig, mede op basis van een deskundigenrapport van TOELT, dat na een contra-expertise en een inhoudelijk weerwoord van TOELT standhield.

Eiseres was niet aanwezig bij de zitting en vertrok met onbekende bestemming. De rechtbank concludeerde dat verweerder voldoende aan zijn vergewisplicht had voldaan en dat het beroep ongegrond is. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd eveneens afgewezen en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.50957 en NL25.50958
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[eiseres], eiseres/verzoekster (hierna: eiseres)

v-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. P.R. van de Water),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. F. in den Bosch).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag en beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening van eiseres.
1.1.
Eiseres heeft op 14 juni 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 13 oktober 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. [1] Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 4 december 2025 op zitting behandeld. Eiseres en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
2. Eiseres heeft de Somalische nationaliteit en heeft verklaard te zijn geboren op [geboortedatum 1] 2007. Eiseres heeft aan haar asielaanvraag ten grondslag gelegd dat zij vreest voor een gedwongen huwelijk met een lokale leider van Al-Shabaab, voor problemen met haar stiefmoeder, voor discriminatie vanwege het behoren tot de Madhiban stam en dat zij vreest voor vervolging omdat ze een alleenstaande vrouw is. Eiseres stelt in [geboorteplaats] in Noord-Somalië te zijn geboren, maar in het dorp [plaats] in Centraal-Somalië te zijn opgegroeid binnen haar eigen gemeenschap.
Het bestreden besluit
3. Het asielrelaas van eiseres bestaat volgens verweerder uit de volgende asielmotieven:
1. Identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. Al-Shabaab wilde eiseres gedwongen laten huwen met een lokale leider;
3. Problemen met de stiefmoeder van eiseres;
4. Discriminatie vanwege het behoren tot een minderheidsstam;
5. Eiseres is een alleenstaande vrouw.
3.1.
Verweerder vindt de door eiseres opgegeven geboortedatum niet geloofwaardig. [2] Omdat eiseres heeft gesteld minderjarig te zijn en zij geen identificerende documenten heeft overgelegd, heeft verweerder een leeftijdsonderzoek ingesteld. Er heeft eerst een leeftijdsschouw plaatsgevonden en vervolgens is bij de Griekse autoriteiten verzocht om de aldaar geregistreerde gegevens van eiseres. Op grond hiervan concludeert verweerder dat de geboortedatum van eiseres [geboortedatum 2] 2005 is en dat zij daarmee meerderjarig is. Verder vindt verweerder geloofwaardig dat eiseres de Somalische nationaliteit heeft, maar de gestelde herkomst gelooft verweerder niet. [3] De verklaringen van eiseres over haar herkomst overtuigen niet en uit de taalanalyse van TOELT blijkt dat eiseres eenduidig niet is te herleiden tot de spraakgemeenschap in Centraal-Somalië. Nu hiermee de identiteit en herkomst van eiseres niet geloofwaardig zijn, heeft verweerder de geloofwaardigheid van de asielmotieven 2 tot en met 5 niet beoordeeld.
Wat vindt eiseres in beroep?
4. Eiseres voert aan dat uitgegaan moet worden van haar minderjarigheid, nu verweerder dat onvoldoende heeft weerlegd. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd dat uitgegaan kan worden van de registratie in Griekenland. Ten aanzien van de herkomst van eiseres houdt verweerder ten onrechte vast aan de conclusies van de taalanalyse van TOELT en is onvoldoende ingegaan op de twistpunten van de door haar ingebrachte contra-expertise van bureau Verified van 2 september 2025. Er is onvoldoende rekening gehouden met dat eiseres niet is geboren in de plaats waarin zij is opgegroeid en dat er vele migratiestromen zijn binnen het land. Verder blijkt onder meer uit de contra-expertise dat TOELT zich baseert op zeer oude bronnen en dat uit een recenter rapport volgt dat er veel mingratiestromen binnen het land zijn.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. De rechtbank beoordeelt of verweerder de asielaanvraag van eiseres kon afwijzen als kennelijk ongegrond. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres. De rechtbank is van oordeel dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat kan worden uitgegaan van de meerderjarigheid van eiseres en dat verweerder de herkomst van eiseres ongeloofwaardig heeft mogen vinden. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
Procesbelang
6. Op 27 november 2025 heeft verweerder aan de rechtbank bericht dat eiseres op 18 november 2025 met onbekende bestemming is vertrokken. De rechtbank ziet zich daarom eerst voor de vraag gesteld of eiseres procesbelang heeft bij de behandeling van haar beroep.
6.1.
Nu de gemachtigde van eiseres ter zitting heeft aangegeven nog in contact te staan met eiseres en dat zij in Nederland verblijft, gaat de rechtbank, gelet op de jurisprudentie van de hoogste bestuursrechter, [4] ervan uit dat eiseres procesbelang heeft bij de behandeling van haar beroep.
De gestelde minderjarigheid van eiseres
7. Wanneer een vreemdeling stelt minderjarig te zijn en dit niet kan onderbouwen met identificerende documenten, wordt de vreemdeling geschouwd. Bij een schouw beoordelen de AVIM [5] en verweerder of de vreemdeling evident minderjarig of evident meerderjarig is, of dat hier twijfel over bestaat. Wanneer er zowel bij de AVIM als bij verweerder sprake is van twijfel of wanneer de conclusies niet overeenkomen dan doet verweerder nader onderzoek. Als de vreemdeling een Eurodac-hit heeft in een andere lidstaat kan verweerder bij deze lidstaat navragen met welke geboortedatum hij of zij daar geregistreerd staat. Uit rechtspraak van de hoogste bestuursrechter [6] volgt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is op de leeftijdsbepaling van vreemdelingen. Dit betekent dat verweerder in beginsel niet mag uitgaan van de juistheid van een leeftijdsregistratie in een andere lidstaat. Verweerder zal moeten onderzoeken en deugdelijk moeten motiveren welk gewicht hij aan een bepaalde registratie toekent. Ook zal verweerder alle feiten en omstandigheden moeten betrekken bij de leeftijdsbepaling. Bij een gestelde minderjarigheid moet worden uitgegaan van het vermoeden van minderjarigheid. Het is aan verweerder om het vermoeden van minderjarigheid te weerleggen.
8. De rechtbank stelt vast dat eiseres bij haar aanmelding is geschouwd door de AVIM en door verweerder. Beiden hebben geconcludeerd dat er twijfel was over de gestelde minderjarigheid van eiseres. Gelet hierop kunnen deze schouwen, voor zover deze al in overeenstemming zijn met de uitspraken van de hoogste bestuursrechter gelet op het ontbreken van een duidelijke verbinding tussen de observaties en de conclusie [7] , niet worden gebruikt om het vermoeden van minderjarigheid te weerleggen.
9. Vervolgens heeft verweerder nader onderzoek gedaan bij de Griekse autoriteiten. Daar is eiseres geregistreerd met de geboortedatum [geboortedatum 2] 2005, anders dan in Nederland dus als meerderjarige. Nu deze registratie is gebaseerd op de verklaring van eiseres, moet verweerder betrekken onder welke omstandigheden die verklaring is afgelegd en zal eiseres een plausibele verklaring moeten geven voor de afwijkende verklaring. Verweerder zal dan alle feiten en omstandigheden moeten meewegen bij het beoordelen van de leeftijd van eiseres.
9.1.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder hier mocht uitgaan van de leeftijdsregistratie ([geboortedatum 2] 2005) van eiseres in Griekenland. Verweerder heeft daarbij kunnen betrekken dat eiseres verschillend heeft verklaard over het verloop van de registratie in Griekenland. Eiseres heeft bij het aanmeldgehoor verklaard dat zij bij aankomst in Griekenland alleen haar naam heeft opgegeven, dat haar niet is gevraagd naar haar geboortedatum en dat de Griekse autoriteiten deze zelf hebben geregistreerd. Bij de schouw bij de AVIM heeft zij verklaard dat zij in Griekenland dezelfde geboortedatum heeft opgegeven als in Nederland, maar niet weet welke datum is geregistreerd. Dat eiseres in de aanvullingen en correcties van 17 februari 2025 betoogt dat zij bij aankomst in Griekenland in de war was en de situatie chaotisch, is onvoldoende om deze tegenstrijdigheid te verklaren. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder daarom kunnen concluderen dat de verklaringen van eiseres geen plausibele verklaring geven voor de afwijkende geboortedatum in Griekenland. Verweerder heeft hiermee voldoende gemotiveerd dat de gestelde minderjarigheid van eiseres niet geloofwaardig is. Verder is eiseres met onbekende bestemming vertrokken en was niet op zitting aanwezig om een nadere toelichting te geven.
De herkomst van eiseres
10. Verweerder twijfelt aan de herkomst van eiseres en heeft op 21 februari 2025 een taalanalyse laten opmaken door het Team Onderzoek en Expertise Land en Taal (TOELT). TOELT heeft hierin geconcludeerd dat eiseres eenduidig niet is te herleiden tot de spraakgemeenschap binnen Centraal-Somalië. TOELT merkt in haar rapport op dat eiseres veel woorden gebruikt die niet gangbaar zijn in Centraal-Somalië en dat haar uitspraak niet overeenkomt met die van enig Centraal-Somalische taalvariant. Verder wordt opgemerkt dat het niet aannemelijk is dat eiseres langere tijd in dit gebied heeft verbleven zoals gesteld en dat het Somalisch van eiseres volledig overeenkomt met het Somalisch zoals het gangbaar is in Noord-Somalië.
11. Eiseres heeft een contra-expertise ingebracht van Verified van 2 september 2025 waarin, op basis van dezelfde taalopname die TOELT heeft gebruikt, wordt geconcludeerd dat haar spraakgebruik overeenkomt met dat van een persoon van haar etnische groep die is ‘gesocialiseerd in het dorp [plaats], [district]’ in Centraal-Somalië. In het rapport van de contra-expert wordt ook gesteld dat de conclusies van TOELT tekortkomingen bevatten. TOELT heeft met een weerwoord van 7 oktober 2025 gereageerd op de ingebrachte contra-expertise.
12. Uit vaste jurisprudentie van de hoogste bestuursrechter [8] volgt dat het bestuursorgaan mag afgaan op het advies van een deskundige, nadat het is nagegaan of dit advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Als een partij concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop naar voren heeft gebracht, mag het bestuursorgaan niet zonder nadere motivering op het advies afgaan.
13. De rechtbank is van oordeel dat de taalanalyse van TOELT is aan te merken als advies van een deskundige dat op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen. Het rapport is op objectieve wijze opgesteld door een deskundig linguïst verbonden aan TOELT en de conclusies in het rapport zijn inzichtelijk opgebouwd. Het rapport van de contra-expert heeft naar het oordeel van de rechtbank terecht aanleiding gegeven voor verweerder om zich te vergewissen van de zorgvuldigheid van het rapport van TOELT.
14. Verweerder heeft een weerwoord laten opstellen door TOELT. Hierin is TOELT inhoudelijk ingegaan op de opmerkingen en conclusies van de contra-expert. Daarbij is betrokken het betoog dat de afkomst van eiseres en haar stam de spraak van eiseres kunnen hebben beïnvloed. Er wordt ingegaan op het gebruik van focusmarkeerders door eiseres en er wordt weerlegd dat de contra-expert bepaalde woorden als ‘niet-Noordelijk’ kan aanmerken. Verder wordt opgemerkt dat ongefundeerde aannames over eventuele invloed van andere dialecten op de spraak van eiseres hier niet aan kunnen afdoen en dat het uitgangspunt dat eiseres behoort tot de Madhiban een bewering is en geen vaststaand feit. Met het inhoudelijke weerwoord van TOELT heeft verweerder voldaan aan zijn vergewisplicht en voldoende gemotiveerd dat de contra-expertise niet kan afdoen aan de conclusies van de taalanalyse van TOELT. Verweerder heeft daarom de conclusies van TOELT ten grondslag mogen leggen aan de beoordeling van de geloofwaardigheid van de herkomst van eiseres.
15. Verder heeft verweerder zich op het standpunt mogen stellen dat eiseres oppervlakkig heeft verklaard over haar herkomst en haar woonomgeving. Eiseres heeft betoogd al vanaf jonge leeftijd als herder te hebben gewerkt en zich voortdurend te hebben verplaatst. Onder die omstandigheden mocht verweerder meer verklaringen verwachten over haar dorp, de omgeving en de omliggende dorpen.
16. Gelet op al het voorgaande heeft verweerder voldoende gemotiveerd dat de gestelde herkomst van eiseres uit niet geloofwaardig is.

Conclusie en gevolgen

17. Het beroep is ongegrond.
18. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
19. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. M.E. Jans, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen een week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c, en artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
2.Op grond van artikel 31, zesde lid, onder c en e, van de Vw.
3.Ook op grond van artikel 31, zesde lid, onder c en e, van de Vw.
4.Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662.
5.Sinds 1 januari 2025 heeft de Dienst Identificatie en Screening Asielzoekers de taken in het kader van het identificeren en registeren van asielzoekers van de AVIM overgenomen.
6.Uitspraak van de Afdeling van 9 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3992, r.o. 6.9.
7.Uitspraak van de Afdeling van 20 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3801.
8.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3420, r.o. 5.1.