Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiseres], hierna: eiseres, hierna tezamen: de ouders,
Rechtbank Den Haag
Eisers, ouders en zus van de referent, vroegen om machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) bij referent in Nederland. Verweerder wees de aanvragen af omdat de familierechtelijke relatie onvoldoende aannemelijk was en er geen beschermingswaardig gezinsleven bestond volgens artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelde dat het jongvolwassenenbeleid niet van toepassing is omdat referent zelfstandig woont en in eigen levensonderhoud voorziet, zowel in Afghanistan als in Nederland. Referent had bewust gekozen om niet meer bij zijn ouders te wonen en was niet afhankelijk van hen, terwijl de ouders eerder afhankelijk waren van referent.
Verder concludeerde de rechtbank dat er geen bijkomende elementen van afhankelijkheid zijn die de gebruikelijke emotionele banden overstijgen. De belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM Pro behoefde daarom niet te worden gemaakt. Het beroep van eisers werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvragen wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van beschermingswaardig gezinsleven.