ECLI:NL:RBDHA:2025:26421
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing asielaanvraag gegrond verklaard wegens ondeugdelijke voorbereiding en motivering door verweerder
In deze zaak heeft de rechtbank Den Haag op 12 december 2025 uitspraak gedaan in een beroep tegen de afwijzing van een asielaanvraag door de minister van Asiel en Migratie. Eiser, een Afghaanse nationaliteit, had op 13 januari 2022 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel. Na een eerdere uitspraak van de rechtbank op 26 september 2023, waarin werd geoordeeld dat verweerder niet tijdig had beslist, werd de asielaanvraag op 29 september 2023 afgewezen. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld, wat leidde tot een vernietiging van het besluit door de rechtbank op 30 mei 2024. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende informatie had om de risico's voor uit het Westen terugkerende Afghanen te beoordelen. In het bestreden besluit van 16 december 2024 werd de asielaanvraag opnieuw afgewezen, maar de rechtbank oordeelde dat verweerder het besluit ondeugdelijk had voorbereid en gemotiveerd. De rechtbank stelde vast dat verweerder eiser niet had gehoord over relevante individuele omstandigheden en dat er geen nieuw voornemen was uitgebracht na de eerdere uitspraak. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op om binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.