ECLI:NL:RVS:2013:522
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling gegrondheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens betrokkenheid KhAD/WAD
De minister voor Immigratie en Asiel wees op 18 mei 2011 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af, vanwege zijn betrokkenheid bij misdrijven als officier bij de KhAD/WAD in Afghanistan. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, maar de staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte twijfels had geuit over de juistheid van het ambtsbericht over de veiligheidsdiensten in Afghanistan en dat het besluit van 18 mei 2011 voldoende was gemotiveerd. Tevens faalden de beroepsgronden van de vreemdeling, waaronder het ontbreken van een procedure op tegenspraak en het beroep op artikel 8 EVRM Pro, omdat deze geen nieuwe feiten bevatten of niet van toepassing zijn in de asielprocedure.
De Raad van State vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Hiermee blijft het besluit van de staatssecretaris om de verblijfsvergunning te weigeren in stand.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning blijft in stand.