Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudig kamer in de zaken tussen
[naam eiseres], hierna: eiseres,
mede namens [naam kind], hierna: het kind, hierna tezamen: eisers,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eisers, een gezin met Libische nationaliteit, vroegen asiel aan in Nederland met het argument dat zij in Libië werden bedreigd, afgeperst en mishandeld door soldaten van een militie onder leiding van een persoon genaamd [persoon A]. De minister van Asiel en Migratie wees hun aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van de gestelde problemen met deze soldaten.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat eisers onvoldoende bewijs hebben geleverd, zoals documenten van het autobedrijf van eiser, en dat hun verklaringen over de afpersing en bedreigingen tegenstrijdig en ongerijmd zijn. Zo zijn er inconsistenties over de tijdstippen van de problemen en de wijze van uitreis uit Libië.
Verder is het standpunt van eisers dat de opvolgende arrestatie, detentie en martelingen apart beoordeeld hadden moeten worden, verworpen. De rechtbank volgt de uitleg dat deze gebeurtenissen nauw verweven zijn met het asielmotief en dat ongeloofwaardigheid van het ene motief doorwerkt in de geloofwaardigheid van de andere.
De rechtbank concludeert dat er geen gegronde vrees voor vervolging of ernstig gevaar bestaat bij terugkeer naar Libië. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand. Eisers krijgen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege ongeloofwaardigheid van de gestelde problemen met de militie.