Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudig kamer in de zaken tussen
[naam eiseres], hierna: eiseres,
mede namens [naam kind], hierna: het kind, hierna tezamen: eisers,
Rechtbank Den Haag
In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 16 december 2025 uitspraak gedaan in de asielprocedure van twee Libische eisers, die een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd hadden aangevraagd. De rechtbank verklaart het beroep van de eisers ongegrond, omdat zij niet geloofwaardig hebben gemaakt dat zij problemen hebben gehad met soldaten van [persoon A]. De eisers, een man en zijn vrouw, hebben in het verleden meerdere asielprocedures doorlopen en zijn in 2023 opnieuw Nederland binnengekomen. Hun asielaanvraag is gebaseerd op de stelling dat de man is afgeperst en mishandeld door soldaten van [persoon A] omdat hij niet in het leger wilde dienen. De rechtbank oordeelt dat de door eisers aangevoerde problemen met de soldaten ongeloofwaardig zijn, mede omdat zij geen bewijs hebben overgelegd van hun werkzaamheden in de autobranche en tegenstrijdige verklaringen hebben afgelegd over de tijdlijn van hun problemen. De rechtbank concludeert dat er geen grond is voor de vrees van eisers voor vervolging of ernstige schade bij terugkeer naar Libië. De uitspraak bevestigt dat de ongeloofwaardigheid van de asielmotieven ook doorwerkt in andere relevante elementen van het asielrelaas. De rechtbank handhaaft het besluit van de minister van Asiel en Migratie om de aanvragen af te wijzen.