ECLI:NL:RBDHA:2025:26974
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid afvalligheid, homoseksualiteit en familieproblemen
Eiser, van Iraanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege afvalligheid, verwestering, homoseksualiteit en problemen met zijn invloedrijke vader. De minister wees de aanvraag af wegens gebrek aan geloofwaardigheid van deze motieven, mede door het ontbreken van objectieve bewijsstukken en tegenstrijdigheden in de verklaringen.
De rechtbank bevestigt dat de minister terecht de geloofwaardigheid van de asielmotieven heeft beoordeeld aan de hand van de geldende werkinstructies, ondanks de overschrijding van de beslistermijn. De rechtbank oordeelt dat de minister de verklaringen van eiser terecht als oppervlakkig en ongerijmd heeft beoordeeld, en dat de angst voor vervolging niet aannemelijk is gemaakt.
De rechtbank concludeert dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer in Iran risico loopt op vervolging of andere ernstige problemen. De afwijzing van de asielaanvraag blijft daarom in stand en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid van de motieven.