ECLI:NL:RBDHA:2025:27166
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting horeca-inrichting na geweldsincidenten
Verzoeker exploiteert een café dat na meerdere ernstige geweldsincidenten, waaronder brandstichting en pogingen tot explosie, door de burgemeester voor drie maanden is gesloten. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze sluiting en verzocht om een voorlopige voorziening om de sluiting op te schorten.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester bevoegd is tot sluiting en dat gezien de ernst, omvang en herhaling van de incidenten de verlenging van de sluiting noodzakelijk is. Hoewel de verdachte van een poging tot explosie is aangehouden, blijft het risico op herhaling aanwezig omdat het onderzoek nog loopt en de verdachte zwijgt.
Verzoekers argumenten dat het gevaar is geweken, dat de sluiting disproportioneel is vanwege de feestdagen en dat alternatieve maatregelen niet zijn onderzocht, worden verworpen. De voorzieningenrechter benadrukt dat de belangen van de openbare orde en veiligheid zwaarder wegen dan de financiële belangen van verzoeker.
De sluiting wordt als evenwichtig en niet disproportioneel beoordeeld, mede omdat de periode samenhangt met het moment van het laatste incident. Verzoeker wordt aangemoedigd zelf initiatieven te nemen voor beveiligingsmaatregelen. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de sluiting blijft van kracht tot 17 januari 2026.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van het café wordt afgewezen en de sluiting blijft van kracht tot 17 januari 2026.