De burgemeester van Rotterdam vaardigde op 13 oktober 2023 een noodbevel uit tot spoedsluiting van het terrein en de bedrijfspanden van verzoeksters na twee ernstige incidenten met explosieven. Dit noodbevel werd op 26 oktober 2023 verlengd na een derde incident, een explosie op het terrein. Verzoeksters maakten bezwaar tegen beide besluiten en vroegen voorlopige voorzieningen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester terecht het eerste noodbevel uitvaardigde omdat sprake was van een ernstige vrees voor wanordelijkheden, mede gezien de aanwezigheid van brandbare stoffen en mogelijke banden met drugshandel. Dit eerste besluit werd afgewezen door de rechter.
Voor de verlenging van het noodbevel vond de rechter dat hoewel de burgemeester de noodzaak redelijk kon aannemen, hij onvoldoende oog had gehad voor proportionaliteit en subsidiariteit. Verzoeksters hadden beveiligingsmaatregelen opgeschaald en meerdere malen overleg gevraagd, maar de burgemeester weigerde dit overleg zonder concrete plannen. De rechter achtte dit gebrekkige overleg onzorgvuldig en schorste daarom de verlenging van het noodbevel met ingang van 6 november 2023, 12.00 uur.
De voorzieningenrechter benadrukte het belang van een concreet beveiligingsplan en voldoende overleg om herhaling van incidenten te voorkomen. Tevens werd de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan verzoeksters.