Deze bestuursrechtelijke zaak betreft het beroep van eiser tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Leiden om een omgevingsvergunning te verlenen voor het plaatsen van 19 airconditioning units op de daken van een pand in Leiden. Eiser betwist de rechtmatigheid van deze vergunning en voert onder meer aan dat het college ten onrechte is uitgegaan van een logiesfunctie in plaats van een woonfunctie, waardoor de geluidsnormen van artikel 3.8, tweede lid, van het Bouwbesluit 2012 niet correct zijn toegepast.
De rechtbank overweegt dat de verleende vergunning voor het gebruik als hotel (logiesfunctie) weliswaar nog niet onherroepelijk is, maar wel van kracht, en dat de airconditioning units voor dit vergunde gebruik worden geplaatst. Hierdoor is de geluidsnorm van 40 dB op de perceelsgrens, bedoeld voor woonfuncties, niet van toepassing. Ook is niet gebleken dat de aanvraag onjuiste informatie bevat die tot een onjuiste toetsing heeft geleid.
De rechtbank concludeert dat het college de omgevingsvergunning terecht heeft verleend en verklaart het beroep ongegrond. De uitspraak is gedaan door rechter S.H. van den Ende op 22 december 2025.