ECLI:NL:RVS:2024:961
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning verbouwing winkel naar twee woningen in Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag weigerde aanvankelijk een omgevingsvergunning voor het verbouwen van een winkel met woning tot twee woningen op een perceel in Den Haag. Na bezwaar verleende het college alsnog de vergunning, maar de rechtbank vernietigde deze vanwege onjuiste bouwtekeningen die een onvolledig beeld gaven van de situatie, waaronder foutieve aanduidingen van deuren en de breedte van een poort die toegang geeft tot de achterliggende woning.
In hoger beroep betoogden appellanten dat de fouten in de tekeningen niet aan de vergunningverlening in de weg stonden, maar de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college een onvolledig beeld had bij de toetsing, waardoor de vergunning terecht werd vernietigd. Daarnaast stelde de Afdeling vast dat de gewijzigde vergunning van juni 2023 nog steeds op onjuiste tekeningen was gebaseerd, maar dat deze fouten niet tot een andere beoordeling zouden leiden.
Verder voerden belanghebbenden aan dat er sprake is van een evidente privaatrechtelijke belemmering vanwege een erfdienstbaarheid die niet zou omvatten de toegang via een houten deur achter de poort. De Afdeling stelde dat deze belemmering niet evident is en dat het college terecht oordeelde dat geen privaatrechtelijke belemmering aan de vergunningverlening in de weg staat.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van appellanten en het beroep van rechtswege van belanghebbenden ongegrond en bevestigde de vernietiging van de vergunning. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de vernietiging van de omgevingsvergunning wegens onjuiste tekeningen en oordeelt dat er geen evidente privaatrechtelijke belemmering bestaat.