Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging nareis asiel, ingediend op 13 november 2024 en ontvangen op 13 december 2024.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn van 90 dagen, met mogelijke verlenging van drie maanden, is overschreden en dat eiser de minister rechtsgeldig in gebreke heeft gesteld. Het beroep is daarom gegrond verklaard. De rechtbank legt de minister een termijn van acht weken op om alsnog een besluit te nemen, met de mogelijkheid tot nader onderzoek waarbij de termijn wordt verlengd tot twintig weken.
Daarnaast wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-. Omdat de minister na 15 april 2025 niet tijdig heeft beslist en niet tijdig in gebreke is gesteld, kan de bestuurlijke dwangsom niet worden vastgesteld. De minister wordt tevens veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 453,50.