ECLI:NL:RBDHA:2025:9413
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortzetting maatregel bewaring vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie heeft op 28 januari 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft tegen de voortzetting van deze maatregel beroep ingesteld en tevens om schadevergoeding verzocht. De rechtbank heeft de maatregel reeds eerder getoetst en verklaard rechtmatig tot het moment van het sluiten van het onderzoek op 1 april 2025.
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank of de maatregel sinds dat moment rechtmatig is gebleven. Eiser stelt dat de minister onvoldoende voortvarend werkt aan zijn uitzetting, met name omdat de laissez-passer aanvraag ruim drie maanden geleden is gedaan en er onvoldoende rappelleren bij de Algerijnse autoriteiten plaatsvindt. De rechtbank oordeelt echter dat de minister op meerdere data in april en mei 2025 heeft gerappelleerd en dat er een vertrekgesprek is gevoerd waarin eiser aangaf geen contact met het consulaat te wensen.
De rechtbank ziet geen bijzondere omstandigheden die een andere beoordeling rechtvaardigen en concludeert dat de minister voldoende voortvarend handelt. Daarnaast zijn de overige aangevoerde gronden onvoldoende onderbouwd. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.