ECLI:NL:RBDHA:2025:2935
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor zijn echtgenote en kinderen. De rechtbank oordeelt dat verweerder de beslistermijn, die uiterlijk op 19 mei 2024 liep, heeft overschreden en dat het beroep tijdig is ingediend na een rechtsgeldige ingebrekestelling.
De rechtbank stelt vast dat bij aanvragen om gezinshereniging bij een houder van een asielvergunning sprake is van een bijzonder geval, waardoor een langere beslistermijn dan de standaard twee weken kan worden opgelegd. De rechtbank legt een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken indien nader onderzoek wordt aangekondigd.
Verder wordt verweerder veroordeeld tot betaling van een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat de termijn wordt overschreden. Verweerder heeft reeds €1.442 aan dwangsommen verbeurd. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van €453,50 en moet het griffierecht van €187 aan eiser worden vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, verweerder moet binnen acht weken beslissen en betaalt dwangsommen en proceskosten.