ECLI:NL:RBDHA:2025:2953
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf als familie- of gezinslid wegens onvoldoende afhankelijkheid
Eiseres, van Syrische nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in Nederland als familie- of gezinslid bij haar zoon, die sinds 2021 een verblijfsvergunning asiel heeft. De minister wees de aanvraag af omdat geen sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie tussen eiseres en haar zoon, en dus geen beschermwaardig gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro.
Eiseres stelde dat zij financieel en emotioneel afhankelijk is van haar zoon, mede door haar medische aandoening (mediterrane koorts), en dat er geen andere zorgmogelijkheden zijn in Syrië. De rechtbank oordeelde echter dat eiseres onvoldoende bewijs leverde van financiële afhankelijkheid en dat de emotionele afhankelijkheid niet uitstijgt boven de normale familieband. Ook is niet gebleken dat andere familieleden geen zorg kunnen bieden.
De minister heeft alle relevante feiten en omstandigheden betrokken bij de beoordeling en de belangenafweging tussen eiseres en de Nederlandse staat is achterwege gebleven omdat geen beschermwaardig gezinsleven is vastgesteld. Het beroep is ongegrond verklaard, waardoor de afwijzing van de mvv in stand blijft.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf als familie- of gezinslid is ongegrond verklaard.