De eiser heeft op 21 januari 2024 een asielaanvraag ingediend. Volgens artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 moet de minister binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen, wat in deze zaak neerkomt op 21 juli 2024. De minister heeft echter de beslistermijn met negen maanden verlengd op grond van artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet, vanwege een groot aantal gelijktijdige aanvragen.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:RBDHA:2025:940) waarin is geoordeeld dat deze verlenging rechtsgeldig is. Hierdoor was de ingebrekestelling van 29 juli 2024 prematuur ingediend, omdat de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken. Op grond van artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht voldoet het beroep daarom niet aan de vereisten.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat een zitting niet nodig was en heeft het onderzoek gesloten zonder zitting. Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M. Munsterman en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.