Eiser heeft een asielaanvraag ingediend op 14 januari 2024. Volgens de Vreemdelingenwet 2000 moet de minister binnen zes maanden beslissen, wat in dit geval neerkomt op 14 juli 2024. Echter heeft de minister de beslistermijn met negen maanden verlengd op grond van een groot aantal aanvragen, zoals toegestaan onder artikel 42, vierde lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank heeft in een eerdere uitspraak geoordeeld dat deze verlenging rechtsgeldig is. Hierdoor was de ingebrekestelling van eiser op 16 juli 2024 prematuur ingediend, omdat de verlengde termijn nog niet was verstreken. Op grond van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb betekent dit dat het beroep niet voldoet aan de vereisten voor een beroep tegen niet tijdig beslissen.
De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid om binnen vier weken beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.