Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiseresV-nummer: [V-nummer],
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht definitief toegewezen.
De aanvraag werd ingediend op 7 mei 2024 en de minister had uiterlijk 5 november 2024 moeten beslissen. Deze termijn is verstreken zonder besluit, waarna eiseres op 12 november 2024 rechtsgeldig ingebreke heeft gesteld en op 19 december 2024 beroep instelde. De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en kennelijk gegrond is.
Gezien de bijzondere omstandigheden rond aanvragen om gezinshereniging bij asielvergunninghouders, legt de rechtbank een nadere beslistermijn van acht weken op, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd. De reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 worden aan eiseres toegekend.
De rechtbank veroordeelt de minister ook tot betaling van proceskosten van €453,50 en draagt op binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig genomen besluit vernietigd, en de minister opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen onder dreiging van een dwangsom.