ECLI:NL:RBDHA:2025:3114
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig besluit op machtigingen tot voorlopig verblijf en gezinshereniging
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van besluiten op aanvragen om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf voor zijn ouders in het kader van nareis en voor zijn broers op grond van artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht toegewezen. Verweerder heeft de beslistermijn van 90 dagen met drie maanden verlengd, waardoor uiterlijk 25 september 2024 een besluit had moeten worden genomen. Dit is niet gebeurd, waarna eiser op 30 september 2024 verweerder rechtsgeldig in gebreke stelde en op 14 november 2024 beroep instelde.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en kennelijk gegrond is. Zij legt een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder een besluit moet nemen, met een mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd en worden de proceskosten van eiser toegewezen.
De uitspraak benadrukt de bijzondere omstandigheden bij aanvragen om gezinshereniging voor houders van een asielvergunning en verwijst naar eerdere jurisprudentie. De rechtbank vernietigt het besluitgelijkgestelde niet tijdig nemen van een besluit en draagt verweerder op binnen de gestelde termijn te beslissen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen onder dreiging van een dwangsom.