Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiseres,
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
31 januari 2023 heeft de minister de Duitse autoriteiten verzocht eiseres op grond van artikel 13, eerste lid, van de Dublinverordening over te nemen. De Duitse autoriteiten zijn op
2 februari 2023 met dit verzoek akkoord gegaan. Op grond van artikel 29, eerste lid, van de Dublinverordening, dient de minister eiseres uiterlijk binnen zes maanden over te dragen aan de Duitse autoriteiten. Eiseres had uiterlijk op 2 augustus 2023 aan de Duitse autoriteiten moeten worden overgedragen. Omdat eiseres niet op tijd is overgedragen aan de Duitse autoriteiten, is Nederland op 3 augustus 2023 verantwoordelijk geworden voor de behandeling van de asielaanvraag van eiseres.
3 februari 2024, beoordeelt de rechtbank vervolgens de verlenging van deze nationaalrechtelijke beslistermijn in relatie tot de Procedurerichtlijn.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
- draagt de minister op binnen vier weken na de dag van bekendmaking van deze uitspraak alsnog een besluit op de aanvraag bekend te maken;
- bepaalt dat de minister aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee zij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 7.500,-;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 453,50.
I. Nauta, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.