ECLI:NL:RBDHA:2025:3328

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 februari 2025
Publicatiedatum
6 maart 2025
Zaaknummer
NL24.30490 V
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens prematuur ingebrekestelling in asielprocedure

Opposante heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van 9 oktober 2024, waarin haar beroep tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege een prematuur ingediende ingebrekestelling. De rechtbank heeft het verzet zonder zitting behandeld op grond van artikel 8:55 Awb Pro.

De rechtbank overweegt dat de mededeling in het advocatenportaal over de uiterlijke beoordelingsdatum van 16 juli 2024 geen wettelijke beslistermijn betreft en dat pas bij overschrijding van die termijn sprake is van verzuim. De ingebrekestelling van 17 juli 2024 was daarom te vroeg en prematuur. Opposante erkent dit, maar beroept zich op het vertrouwensbeginsel vanwege de informatie in het advocatenportaal.

De rechtbank oordeelt dat dit beroep op het vertrouwensbeginsel niet tot een andere uitkomst leidt. Er was geen redelijke twijfel over het oordeel in de aangevallen uitspraak. Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring blijft in stand. Opposante krijgt geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.30490 V

uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van

[opposante], opposante [1]
V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. O. Sarac),
tegen de uitspraak van de rechtbank van 9 oktober 2024 in het geding tussen
opposante
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Inleiding

Bij uitspraak van 9 oktober 2024 [2] (de aangevallen uitspraak) heeft de rechtbank met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Awb [3] beslist op het beroep van opposante tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar asielaanvraag.
Opposante heeft tegen deze uitspraak verzet gedaan.
Opposante heeft niet verzocht om op zitting te worden gehoord. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:55, vierde lid, van de Awb.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak het beroep van opposante niet-ontvankelijk verklaard. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat de ingebrekestelling prematuur is ingediend.
Artikel 8:54 van Pro de Awb biedt de mogelijkheid tot vereenvoudigde afdoening als het eindoordeel in de zaak buiten redelijke twijfel staat. In verzet beoordeelt de rechtbank alleen of er redelijke twijfel mogelijk was over het oordeel in de aangevallen uitspraak. Aan het inhoudelijk geschil komt de rechtbank pas toe als het verzet gegrond is.
Opposante erkent dat de ingebrekestelling prematuur is ingediend, maar voert aan dat dit het gevolg is van foutieve informatieverstrekking door verweerder. Uit het online portaal voor advocaten van verweerder volgt dat volgens verweerder de beslistermijn op 16 juli 2024 is verstreken. Opposante beroept zich op het vertrouwensbeginsel. In dit kader verwijst zij naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Roermond, van 11 maart 2024. [4]
4. Dat verweerder in het advocatenportaal heeft gesteld dat de beoordeling van de zaak uiterlijk wordt verwacht op 16 juli 2024, maakt niet dat de rechtbank niet tot haar kennelijke oordeel heeft kunnen komen. In het advocatenportaal staat slechts vermeld op welke datum een beoordeling van de asielaanvraag uiterlijk wordt verwacht. Anders dan opposante stelt, heeft verweerder hiermee geen mededeling gedaan over de wettelijke beslistermijn. Eerst wanneer die wordt overschreden, is verweerder in verzuim om tijdig te beslissen en kan hij daarvoor in gebreke worden gesteld. De rechtbank volgt de aangehaalde uitspraak niet. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag van opposante is dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard, omdat de ingebrekestelling van 17 juli 2024 te vroeg is ingediend.
5. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat de aangevallen uitspraak in stand blijft. Opposante krijgt geen vergoeding van de in verzet gemaakte proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 28 februari 2025 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Met opposante wordt bedoeld de indiener van het verzetschrift.
3.Algemene wet bestuursrecht.