ECLI:NL:RBDHA:2025:3328
Rechtbank Den Haag
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens prematuur ingebrekestelling in asielprocedure
Opposante heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van 9 oktober 2024, waarin haar beroep tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege een prematuur ingediende ingebrekestelling. De rechtbank heeft het verzet zonder zitting behandeld op grond van artikel 8:55 Awb Pro.
De rechtbank overweegt dat de mededeling in het advocatenportaal over de uiterlijke beoordelingsdatum van 16 juli 2024 geen wettelijke beslistermijn betreft en dat pas bij overschrijding van die termijn sprake is van verzuim. De ingebrekestelling van 17 juli 2024 was daarom te vroeg en prematuur. Opposante erkent dit, maar beroept zich op het vertrouwensbeginsel vanwege de informatie in het advocatenportaal.
De rechtbank oordeelt dat dit beroep op het vertrouwensbeginsel niet tot een andere uitkomst leidt. Er was geen redelijke twijfel over het oordeel in de aangevallen uitspraak. Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring blijft in stand. Opposante krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep blijft in stand.