ECLI:NL:RBDHA:2025:3416
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht
De minister heeft op 27 december 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser, die van Tunesische nationaliteit is. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep behandeld op 28 februari 2025 via telehoren.
De rechtbank toetste het voortduren van de maatregel vanaf 10 januari 2025, het moment waarop het vorige onderzoek werd gesloten. Eiser voerde aan dat er geen zicht is op uitzetting omdat hij geen documenten kan verkrijgen en dat een lichter middel, zoals een meldplicht, passend zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat er wel degelijk zicht is op uitzetting naar Tunesië, mede omdat een laissez-passer traject is opgestart zonder aanwijzingen dat de Tunesische autoriteiten dit weigeren. Daarnaast rust op eiser de rechtsplicht om Nederland te verlaten en medewerking te verlenen, wat hij niet doet. Een lichter middel volstaat niet om uitzetting te verzekeren.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.