Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis en verblijf als familie- en gezinslid op grond van artikel 8 EVRM Pro voor zijn moeder, zussen en broers.
Verweerder had op grond van de Vreemdelingenwet 2000 uiterlijk op 16 augustus 2024 moeten beslissen, maar heeft dit niet gedaan. Eiser heeft verweerder rechtsgeldig in gebreke gesteld met twee ingebrekestellingen en vervolgens tijdig beroep ingesteld. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is.
Verweerder voert aan dat het fifo-principe wordt toegepast en verzoekt om aanhouding van de behandeling of een ruime beslistermijn. De rechtbank wijst dit af en stelt een nadere beslistermijn van acht weken na verzending van deze uitspraak vast, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op met een maximum van €15.000 en veroordeelt verweerder tot betaling van reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442 en proceskosten van €453,50 aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.