ECLI:NL:RBDHA:2025:3485
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor eiseres en hun kinderen. Verweerder, de minister van Asiel en Migratie, heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht toegewezen.
De aanvraag is ingediend op 16 mei 2024 en verweerder had uiterlijk 14 november 2024 moeten beslissen, inclusief een verlenging van drie maanden. Omdat verweerder niet tijdig heeft beslist en eisers hem rechtsgeldig in gebreke hebben gesteld, is het beroep tijdig en kennelijk gegrond. De rechtbank legt een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder een besluit moet nemen, met de mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Verder legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op met een maximum van €15.000 en stelt vast dat verweerder reeds €1.442 aan dwangsommen heeft verbeurd. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €453,50. De uitspraak is gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert op 6 maart 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met oplegging van dwangsommen en veroordeling in proceskosten.