ECLI:NL:RBDHA:2025:3590
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen niet tijdig besluit mvv-aanvraag gezinshereniging
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van gezinshereniging met zijn echtgenoot en dochter. De minister van Asiel en Migratie heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, een besluit genomen. Eiser stelde de minister rechtsgeldig in gebreke en diende tijdig beroep in.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de minister niet binnen de gestelde termijn heeft beslist. Gezien de bijzondere aard van de aanvraag bij een houder van een asielvergunning, wordt een langere beslistermijn dan de standaard twee weken opgelegd. De rechtbank bepaalt dat de minister binnen acht weken na verzending van deze uitspraak een besluit moet nemen, tenzij nader onderzoek wordt aangekondigd, in welk geval de termijn twintig weken bedraagt.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor het overschrijden van deze termijn. De minister wordt tevens veroordeeld in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €453,50. Het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht wordt definitief toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen met een dwangsom bij overschrijding.