Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 maart 2025 in de zaak tussen
[naam] , eiseres,
de Minister van Asiel en Migratie, de minister,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
a certain degree of hardshipmet zich brengt.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, van Libanese nationaliteit en sinds haar jeugd in Nederland, verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘humanitair niet-tijdelijk’. De minister wees dit af vanwege het ontbreken van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv), het niet voldoen aan het paspoortvereiste en de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro. Eiseres voerde aan dat zij Nederland als haar eigen land ziet, hier haar vormende jaren heeft doorgebracht en een sociaal leven heeft opgebouwd, en dat het onredelijk is haar te verplichten naar Libanon te reizen voor een mvv.
De rechtbank oordeelde dat eiseres terecht niet is gehoord, omdat het bezwaar geen nieuwe feiten bevatte. Het ontbreken van een geldig paspoort en mvv rechtvaardigen afwijzing. De minister heeft een zorgvuldige belangenafweging gemaakt waarbij het privéleven van eiseres is erkend, maar het algemeen belang bij een restrictief toelatingsbeleid zwaarder weegt. De omstandigheden in Libanon en het feit dat eiseres niet eerder een verblijfsvergunning heeft gehad, leiden niet tot een andere uitkomst.
De rechtbank concludeert dat de afwijzing niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro en dat het opleggen van een inreisverbod gerechtvaardigd is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het inreisverbod bevestigd.