ECLI:NL:RBDHA:2025:1881
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning op grond van privéleven artikel 8 EVRM
Eiseres, een Egyptische jongvolwassene die sinds 2015 onafgebroken in Nederland woont, verzocht om een verblijfsvergunning regulier op basis van het recht op privéleven volgens artikel 8 EVRM Pro. De minister wees dit verzoek af met het argument dat het verblijf van haar ouders illegaal is en dat daardoor het risico op misbruik van het verblijfsrecht bestaat. De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het verblijf van eiseres niet wordt vrijgesteld van het mvv-vereiste en dat de belangenafweging niet zorgvuldig is uitgevoerd.
De rechtbank benadrukt dat eiseres een zelfstandig bestaan heeft opgebouwd, een mbo-opleiding volgt, werkt in de zorg en een sociaal netwerk heeft. De minister heeft ten onrechte het illegale verblijf van de ouders als doorslaggevend negatief element gebruikt, waardoor andere positieve omstandigheden onvoldoende zijn meegewogen. Dit is in strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel.
Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit en draagt de minister op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten van eiseres ad €1.814,-. De uitspraak is gedaan door rechter M. Munsterman op 12 februari 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.