ECLI:NL:RBDHA:2025:3805
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvragen op grond van Dublinverordening wegens ontbreken afhankelijkheidsrelatie en onevenredige hardheid
Eisers, een vader en zijn zoon met de Syrische nationaliteit, hebben asiel aangevraagd in Nederland nadat zij eerder in Duitsland een verzoek om internationale bescherming hadden ingediend. De Nederlandse minister van Asiel en Migratie heeft hun aanvragen niet in behandeling genomen op grond van de Dublinverordening, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de asielprocedure.
Eisers voerden aan dat vanwege de ernstige ziekte en hoge leeftijd van eiser 1 en diens afhankelijkheid van in Nederland verblijvende familieleden, Nederland op grond van artikel 16 van Pro de Dublinverordening hun aanvragen moet behandelen. Tevens stelden zij dat op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening bijzondere individuele omstandigheden bestaan die overdracht aan Duitsland onevenredig hard maken.
De rechtbank oordeelt dat eisers onvoldoende hebben aangetoond dat eiser 1 zorgbehoevend is en dat er een afhankelijkheidsrelatie bestaat met de familieleden in Nederland. Ook is niet gebleken van bijzondere omstandigheden die overdracht aan Duitsland zouden verhinderen. Het beroep op artikel 16 en Pro 17 van de Dublinverordening faalt daarom. De beroepen worden ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De beroepen tegen de niet-inbehandelingname van de asielaanvragen worden ongegrond verklaard.