Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor zijn echtgenote en kinderen. Verweerder had op grond van de Vreemdelingenwet 2000 uiterlijk 8 april 2024 moeten beslissen, maar heeft dit nagelaten. Eiser stelde verweerder rechtsgeldig in gebreke en diende tijdig beroep in.
Verweerder voerde aan dat de aanvraag volgens het FIFO-principe pas in mei 2025 in behandeling wordt genomen en verzocht om aanhouding van de behandeling of een ruime beslistermijn met een lage dwangsom. De rechtbank wees dit af omdat de keuze voor FIFO geen overmacht oplevert en aanhouding niet passend is.
De rechtbank oordeelde dat sprake is van een bijzonder geval bij aanvragen om gezinshereniging en legde een beslistermijn van acht weken op, met een mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens werd een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442 en de proceskosten van €453,50.
De rechtbank vernietigde het niet tijdig genomen besluit en droeg verweerder op binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen. Hiermee werd het beroep gegrond verklaard en verweerder tot naleving van de wettelijke termijnen en betaling van dwangsommen en kosten veroordeeld.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig genomen besluit vernietigd en verweerder opgelegd binnen acht weken een besluit te nemen met een dwangsom bij overschrijding.